Type hieronder het woord waarvan u de betekenis wilt weten:


mond:de -woord (mannelijk)
monden

1
deel van het gezicht, waardoor men spreekt, eet, drinkt e.d.;
zijn mond houden
zwijgen;
zes monden moeten openhouden
voor zes mensen de kost moeten verdienen;
bij monde van
gezegd door;
een grote mond hebben
brutaal zijn;
iem. een grote mond geven
brutaliseren;
met een (de) mond vol tanden
zie bij tand ;
dat ligt hem in de mond bestorven
zie bij besterven ;
iem. iets in de mond geven
a) iem. duidelijk zijn bedoeling laten blijken; b) iem. het antwoord op een vraag gemakkelijk maken door het hem bijna voor te zeggen;
iem. iets in de mond leggen
het doen voorkomen dat iem. iets gezegd heeft;
geen blad voor de mond nemen
zie bij blad ;
zijn mond voorbijpraten
zie bij voorbijpraten ;
iemand naar de mond praten
zie bij praten ;
iemand de mond snoeren (of stoppen)
a) hem het spreken beletten; b) de vrijheid van meningsuiting benemen;
met twee monden spreken
onoprecht zijn;
niet op zijn mondje gevallen zijn
goed zijn woorden weten te vinden, scherp weten te antwoorden;
zijn mondje roeren
veel praten;
iem. het eten uit de mond kijken
(hongerig) bedelend kijken naar iem. die eet;
geen mond opendoen
hardnekkig zwijgen;
beter hard geblazen dan de mond gebrand
zie bij blazen ; zie ook bij
brood ;

2
overgang van een rivier in zee;

3
opening
mond:1 Ingang van het spijsverteringskanaal, zowel voor de ingang zelf als de achterliggende holte gebruikt. 2 Opening of ingang van iets.
mond:Open onderzijde.
mond:brievenbus, kakement, kwebbel, laadklep, snater, tater, wafel, waffel, bek, kaak, muil, scheur, smikkel, smoel, snavel, toot


Woorden zoeken - Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.