| spel: | het -woord 1, 4, 5 spelen, 2, 3, 7 spellen, 9 spelen en spellen 1 bezigheid ter ontspanning of vermaak, veelal als wedstrijd volgens bepaalde regels: het spel van jonge katten met een knot wol ; een spel schaak ;vrij spel laten niet tegengaan, niet tegenhouden of belemmeren; hoog spel spelen iets gewaagds doen; buiten spel staan zie bij buitenspel ; er staat veel op het spel er wordt veel voor in gevaar gebracht; er waren nog andere factoren in het spel nog andere factoren hadden invloed; alles op het spel zetten er alles voor wagen, zijn uiterste best doen; 2 de benodigdheden voor een spel (bet 1): een spel kaarten ;3 niet-ernstige bezigheid: oorlogvoeren is géén spel ;4 het op speels aandoende wijze bewegen: het spel van zon en schaduw ; het spel van de wind in je haar ;5 (wijze van) uitvoering van acteurs, musici en bep. sportlieden (bij balspelen);6 sportmanifestatie: Olympische Spelen ;7 kermistent;8 geen meervoud Zuid-Nederlands gedoe;kort spel maken korte metten maken; 9 Zuid-Nederlands last, moeite; moeilijkheden: ergens veel spel mee hebben ; drukte;ge gaat spelen zien je zult nog wat zien, meemaken; 10 geen meervoud Zuid-Nederlands speling, speelruimte: die deur heeft te veel spel |
| spel: | game, jeu gedoe moeite, drukte, last, moeilijkheden speelruimte, speling |
Woorden zoeken
- Woorden A-Z
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.