Type hieronder het woord waarvan u de betekenis wilt weten:


trekken:` trek - ken
(trok, 1, 2, 7, 9, 10, 13, 14, 15, 16, 18, 20, 21, 22 overgankelijk h., 3, 4, 5, 6, 17, 19 onovergankelijk h., 8, 11, 12 onovergankelijk is getrokken)

1
door kracht naar zich toe halen; rukken; voorttrekken; uittrekken; uithalen: de sabel trekken ; Zuid-Nederlands :
amandelen trekken
knippen;
Zuid-Nederlands :
iets ter harte trekken
nemen;
Zuid-Nederlands :
een kaartje trekken
leggen;

2
maken: gezichten trekken ; Zuid-Nederlands :
het lang of kort trekken
het lang of kort maken; het volhouden;
Zuid-Nederlands :
het niet lang meer trekken
niet lang meer leven, het niet lang meer maken;

3
zuigen: aan een sigaar trekken ;

4
vuur vatten door voldoende luchttoevoer: de kachel wil niet trekken ;

5
tochten: het trekt hier ;

6
met heet water aftrekken: de thee laten trekken ;

7
tekenen: een paar lijnen trekken ; Zuid-Nederlands :
een streep trekken onder iets
zetten;

8
buigen: krom, scheef trekkend hout ;

9
lokken: de aandacht trekken ; veel publiek trekken ; Zuid-Nederlands :
de ogen op zich trekken
de aandacht op zich vestigen;

10
op vaste tijden ontvangen: rente, pensioen trekken ;

11
van plaats tot plaats, van jeugdherberg tot jeugdherberg reizen; op regelmatige tijden tussen bepaalde gebieden heen en weer bewegen van zekere diersoorten, vooral vogelsoorten;

12
gaan: ten strijde trekken ; Zuid-Nederlands :
ervandoor of ervanonder trekken
er tussenuit knijpen, ervandoor gaan;

13
berekenen: de wortel trekken ;

14
afleiden: een conclusie trekken uit iets ;

15
afgeven: een wissel op iemand trekken ;

16
kweken;

17
Zuid-Nederlands :
trekken op
gelijken op;
Zuid-Nederlands :
dat trekt nergens op
dat lijkt nergens naar;

18
biljart een bepaalde stoot maken (zie bij trekbal );

19
informeel masturberen;

20
gewichtheffen het in én beweging omhoogbrengen van het gewicht, zonder onderbreking; vgl : stoten ;

21
Zuid-Nederlands fotograferen: een portret trekken ;

22
Zuid-Nederlands drukken (van teksten e.d.)
trekken:Verkleinen van de doorsnede en/of veranderen van het profiel van draad, staf of buis met treksteen, trekring of trekmatrijs
trekken:rukken, voorttrekken, uithalen, uittrekken

tochten

buigen

lokken

tiegen, gaan, reizen, tijgen, voeren, wegtrekken, zwerven

hijsen, zuigen

kweken

aftrekken, masturberen, rukken


Woorden zoeken - Woorden A-Z - Rijmwoordenboek
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.