Type hieronder het woord waarvan u de betekenis wilt weten:


zout:
I

het -woord

1
keukenzout, NaCl;
iets in het zout leggen
manier van conserveren van voedsel; figuurlijk het voor de toekomst bewaren;
gij zijt het zout der aarde
gij moet met uw geest een goede invloed op andere mensen uitoefenen (Mattheus 5 : 13);
vriendschap is het zout des levens
maakt het leven aangenamer;
een zak zout met iemand gegeten hebben
lang met iemand omgegaan zijn;
het zout in de pap niet verdienen
heel weinig verdienen;
iets met een korreltje zout nemen
het niet erg serieus nemen; zie ook bij
Attisch ;

2
zouten scheikundige verbinding van een base met een zuur;
II

bijvoeglijk naamwoord

met (veel) zout, naar zout smakend;
ik heb het nog nooit zo zout gegeten
zo erg heb ik het nog nooit meegemaakt
zout:1 keukenzout (natriumchloride) 2 verbinding die bestaat uit een metaal en een zuurrest 3 één van de vier smaken
zout:1.natrii chloridum, keukenzout, NaCl; 2.verbinding van een zuur met een base; een zuur waarbij een of meer vervangbare H-atomen zijn vervangen door een base-radicaal
zout:a)kenmerkende gewaarwording die met het smaakzintuig wordt waargenomen;het meest typische woorbeeld is de gewaarwording die wordt veroorzaakt door een oplossing van natriumchloride;b)kwalificatie van de eigenschap van zuivere of gemengde stoffen die bij het proeven deze smaak veroorzaakt
zout:keukenzout

zilt, zoutachtig, zouthoudend

gezouten


Woorden zoeken - Woorden A-Z - Rijmwoordenboek
© SWC. Woorden-Boek.nl zoekt in 104.342 woorden.